Wist je dat het eerste jaarlijkse Vers Beton Essay, met als thema 'Dromen van Rotterdam', is afgetrapt door journalist en historicus Lotfi El Hamidi in Arminius? Dit markeert een nieuwe traditie die de stad droomt over haar toekomst. El Hamidi stelt echter dat 'we niet gegijzeld worden door het verleden, maar door de inrichting van de economie'. Een scherpe observatie die de focus verlegt van nostalgie naar structurele vraagstukken, precies waar het schuurt in de stad die zichzelf zo graag opnieuw uitvindt. De Witte de Withstraat, het Eendrachtsplein en het Museumkwartier bruisen, maar voor wie en door wie? De vraag is niet 'wat was', maar 'wie betaalt en wie plukt de vruchten'.
Wie droomt er mee?
De keuze voor Arminius, midden in het culturele hart van de stad, is symbolisch. Hier, waar kunst, horeca en straatleven samenkomen, wordt de economische realiteit van de stad voelbaar. De essayistische reflectie op de 'droom' van Rotterdam suggereert een open debat, maar de focus op economische structuren dwingt tot een kritische blik op wie aan die droom kan deelnemen. Zijn het de investeerders en projectontwikkelaars die de stad vormgeven, of is er ruimte voor de culturele ondernemers en bewoners die haar levendig houden? De theorie van David Harvey over de 'urbanization of capital' laat zien hoe stadsontwikkeling vaak een middel is voor kapitaalaccumulatie, waarbij de belangen van bewoners en kleine ondernemers ondergeschikt raken aan die van grote spelers. El Hamidi’s stelling is hier een echo van: de economische inrichting dicteert de droom.
De rekening gepresenteerd
Third Place — Echte verbinding ontstaat niet in een vacuüm, maar in een stad waar economische kansen en sociale ruimtes voor iedereen toegankelijk zijn, niet alleen voor degenen met de dikste portemonnee.
De 'droom' van Rotterdam mag dan groots klinken, de realiteit is vaak prozaïscher. Waar de stad zich profileert als mondiaal en inclusief, wordt de toegang tot dat bruisende stadsleven steeds meer een kwestie van portemonnee. De inrichting van de economie bepaalt wie zich kan vestigen, wie een plek heeft om samen te komen en wie de stad als een levendige ontmoetingsplek kan ervaren. De mooie woorden over een droomstad klinken hol als de huurprijzen stijgen en kleine ondernemers verdwijnen. Het is een kwestie van 'wie het breed heeft, laat het breed hangen', en de rest kijkt toe. De droom is pas werkelijk als deze voor iedereen toegankelijk is, niet alleen voor degenen die de economische inrichting naar hun hand kunnen zetten. Anders verwordt de droom tot een exclusieve bubbel.